Onze Club‎ > ‎Historiek‎ > ‎

Historiek Deel III: Herstart vanuit brouwerij


In 1970 had Tommy Desees van de brouwerij Lamot voor die tijd heel mooie trainingen gekregen en schonk die aan de spelers van 'VW Duisburg'. Helaas besliste het bestuur dat de spelers die trainingen niet mochten dragen omwille van het feit dat in hun kantine 'Primus Haacht' werd gedronken. Desees had die trainingen geschonken omdat lokaalhouder en trouwe klant van hem Bere Vat hem gevraagd had of hij niets voor de club wou geven.

Bleef Tommy met een pak trainingen zitten en besloot dan maar zelf een ploeg op te richten. Zijn café was in die tijd zowat het jongerencafé van Eizer en kandidaat spelers waren er genoeg. Samen met Felix Smets (Felix van Waar de beenhouwer) werd er een ploeg opgericht. Jef Van Hecke die net bij FC Overijse zijn spelerscarrière had afgesloten en nog de kadetten, scholieren en juniores trainde pakte er dan maar onder stevige druk van de spelers, de ploeg van Eizer bij. 

De eerste trainingen vonden plaats in... de parochiezaal. Maar dankzij Jef's vader die bestuurslid was bij FC Overijse kon af en toe worden uitgeweken naar de Loensdelle. Bij de ouderen is de Loensdelle beter bekend als het ex voetbalveld van Overijse, gelegen tussen de Terhulpensesteenweg, Hertstraat en Nijvelsebaan, nu verkaveld in de wijk Hanekensboslaan-Annegijsboslaan etc...
Op een donderdagavond speelden de Eizerse jongeren hun eerste match tegen de lerarenploeg van Gito Overijse: Tommy Desees, Jef Van Hecke, Willy Dekerk, Fernand Vanderlinden, Guy Mariens (van den bam), Raymond Decoster, Felix Smets, Germain Verdoot, Alex Hemeleers, Johnny Charlier, Walter Gillijns en Hubert Smets. 

Alex Hemeleers scoorde het allereerste doelpunt voor Eizer. Jammer genoeg werd die wedstrijd met 1-2 verloren, maar de eerste stap was gezet.

De eerste jaren werden er vooral vriendschappelijke matchen gespeeld en deelgenomen aan tornooien van café-ploegen. De Loensdelle was het thuisveld. De ploeg kreeg stilaan vorm. Roland Flion en Wilfried Gillijns kwamen erbij. Robert Schoonheydt was een soliede verdediger, Roland Dekelver broste al eens bij Huldenberg, en een goede keeper was net wat we nodig hadden. Beste "transfer" kwam echter via Felix Smets. De club had spelers tekort en Felix bracht zijn boezemvriend Willy Michiels mee. Willy werd meteen de beste speler. Hij was razendsnel, beschikte over een gouden hoofd en scoorde met de ogen dicht. Wat mogen we als club de hemel en Willy dankbaar zijn dat hij zijn ganse leven bij Eizer is blijven spelen in plaats van in te gaan op de talrijke aanbiedingen die hij van de streekploegen kreeg.